TENTOONSTELLINGEN • EXHIBITIONS
  1. RE-VISITING

    Isidoor Goddeeris
    Roland Rens
    Joost Gevaert
    Joke Derycke
    Yves Obyn
    Denis Degloire

    12.11 -
    17.12.2017

  2. VELDOVEN

    Keramiek uit het vuur

    12.11 -
    17.12.2017

  3. Heads or Tales

    Joëlle Dubois
    Roland Rens
    Wivina Ockier
    Max Dreezen
    Edith Ronse
    Kris Vercruysse
    Hubert Sierens

    15.04 -
    06.05.2018

  4. Ingebeeld

    Isidoor Goddeeris

    30.11 -
    23.12.2018

  5. XIX

    Joost Gevaert

    23.02 -
    15.03.2019

  6. The Lemon Doesn't Fall Far From the Other Lemon

    Joke Derycke
    Stijn Bastianen

    08.05 -
    27.05.2019


  7. Assemblage Exquis

    Alice Vanderschoot
    Ann-Sophie Deproost
    Greet Desal

    28.09 -
    18.10.2019


  8. l'art est une harmonie parallèlle à la nature

    Frank Missant
    Irmine Remue
    Isidoor Goddeeris
    Luc Tack
    Philippe Bouttens
    Rik Vermeersch

    03.10 -
    23.10.2020


    De scherpste geesten beten zich al de tanden stuk op definities voor het kunstenaarschap. “L’art est une harmonie parallèle à la nature”, uit de mond van Cézanne, moet zowat de simpelste doch meest accurate poging zijn die ik ooit las. Parallel lopen met de wereld…dat betekent allerminst gelijk lopen met of samenvallen met die wereld. Het betekent evenmin dat de nieuw gevonden harmonie er van afwijkt of er niks mee te maken heeft. Ze heeft alle richting en ingrediënten van deze wereld in zich, maar ze raakt die nergens. En het vergt een sterke mediator om je vakkundig van deze naar gene wereld te brengen. We brengen hier zes mensen samen die, elk in hun oeuvre, dagelijks die sprong bewerkstelligen of die spreidstand maken.

    Luc Tack mag beschouwd worden als de bindende factor van het gezelschap omdat hij als leerkracht aan Sint Lucas ieder van de anderen zag passeren in zijn klas. Luc zou nooit zo ver gaan om dat ontsproten talent schatplichtig te noemen aan dat mentorschap, maar voor elk van hen is het wel het uitgangspunt gebleven van een blijvende, innige appreciatie en een diep begrip en respect voor elkaars artistiek temperament of schriftuur. Want dat is duidelijk wat daar in die jaren gebeurd is: temperamenten werden niet opgeleid als epigonen, maar gestut met vakkennis naar een eigen onderzoek en taal geleid: onderwijs als een stimulans voor authenticiteit.

    Die authenticiteit heeft Luc Tack ook altijd zelf nagestreefd. Niet in het nahollen van ingewikkelde concepten of getheoretiseer, maar in de weergave van zeer eenvoudige, alledaagse gegevens. Portretten van familie, hoeken van het huis, scènes uit de tuin, herinneringen aan wandelingen in het Bulskampveld, natuur in zijn immer geliefde Frankrijk. Ze kunnen volstaan voor een stevig oeuvre. Pierre Bonnard of Rik Wouters hebben een leven lang uit dezelfde receptuur geput. Luc Tack heeft de thema’s steevast als aanleiding gezien om verf en tekening als in een labo te exploreren. Zijn pad ging over de dunne lijn waar het materiaal, zijn grilligheden en het accidentele overgaan in structuur, gerichte daad en harmonie. Op dat parcours waakte hij over frisheid door fiks geborstelde partijen af te wisselen met een bijna etherische tekening. De parallelle harmonie van Luc is er een waarin het beeld van de natuur begint te ademen of atmosferisch oplost. De reeksen waarin hij de kolossale beukenrijen van het Bulskampveld exploreert zijn een hoogtepunt in dat onderzoek. Ze doen me steevast denken aan de titel van een gedicht van wijlen Martin Carrette, waarin hij mijmerde over de optrekkende mist tijdens een natuurwandeling: “Boswording”. Niet zozeer in hun steeds veranderende kleurentover, maar meer nog in hun wisselende structuur, waarbij soms het bladerdek overheerst, dan weer het skelet van tronken en takken dat de hemel binnenlaat. In dat opzicht hebben ze veel van het schip van een kathedraal.

    Dat een werk van Irmine Remue in deze expo zo innig dicht bij die experimenten hangt, is meer dan een fijne curatorvondst. De wijze waarop ze de dwingende architectuur van een kerk laat oplossen in de tekening komt hier verbazend dicht bij de queeste van Luc.

    Stielkennis is in dit gezelschap geen vies woord, zo veel is duidelijk. Het werk van Irmine Remue is erdoor geschraagd, maar nooit wordt dat métier een keurslijf. In de virtuoze toepassing ervan krijgen haar pen- en potloodtekeningen, lavis en grafiek iets bevrijdends. Die onbekommerde ‘maitrise’ over techniek staat haar toe de tekens te laten oplossen tot een extreem, bijna abstraherend punt, zonder enige vrees om de controle te verliezen. Het is iets dat ze gemeen heeft met dansers. Die kennen het bereik van eigen spieren en aangeleerde passen, maar vertrouwen even goed feilloos op gevoel, een partner of middelpuntvliedende krachten. Die trefzekerheid voert haar landschappen terug naar tekeningen van groten als Breughel, Rembrandt of Turner, haar figuren naar schetsen van Rodin, haar vlekken naar oosterse prenten. Niet omdat ze daarop lijken, of op een belegen manier naar een verleden lonken. Wel omdat hun opbouw raakt aan een soort universele kwaliteit van de sterke tekening: een schijnbaar vanzelfsprekend gemak waarmee ze ontstaat, gestoeld op ervaring en lef.

    Een machtig instrument voor de sprong van deze wereld naar een denkbeeldige, parallelle wereld is transformatie. Als geen ander weet Isidoor Goddeeris concrete, weerbarstige materialen uit deze wereld om te vormen tot de beeldspraak van een andere, om ze dan vervolgens weer te presenteren in dit ondermaanse, waar ze alles van dat parallelle, die droom, in zich vervat houden. Zo roepen ze een sublieme spanning op. Met hout, verschillende steensoorten en assemblages cirkelt hij rond het thema van een imaginaire reis, waarbij geregeld bijna letterlijk bruggen tussen hier en de verbeelding worden overgestoken. Soms brengt een ark je verstild of gesublimeerd naar die denkbeeldige andere oever, de Styx over. Hij verspoort je kijken van de ene rail naar die ongekende, parallelle rail. Als geen ander vervlecht hij vorm, materiaalkeuze en behandeling. Bij een goed gedicht werken vorm, betekenis, klank of melodie onlosmakelijk samen. De lasnaad is onvindbaar. Bij een sterk beeldhouwwerk is dat niet anders. In de entree van de tentoonstelling staat een knap staal van die benadering. Uit het verweerde hout van een treinbiels ontstond een gestileerd, tot zijn pure vorm herleid schip. Of hoe een dwarsligger van hier, die ooit de bedding van een spoor droeg, een gestroomlijnde aak wordt op een denkbeeldig water. Bij wijlen slaagt Goddeeris erin om als een alchemist aan zware materialen een drijvende lichtheid te geven. Om kernachtig, poëtisch en met behoud van mysterie uit de hoek te komen en je onderweg in het verhaal te doen vergeten dat je naar hard gesteente of taai eikenhout kijkt, is een ongebreideld meesterschap over het materiaal nodig. Métier waar Luc ooit mee aan sleutelde, dat Isidoor inmiddels doorgeeft aan generaties nieuwe artiesten.

    Frank Missant is in dit gezelschap veel minder een vreemde eend in de bijt dan het lijkt. Hoewel aan kalligrafie een hogere mate van functionaliteit wordt toegedicht dan aan pakweg een beeldhouwwerk of een schilderij, is de manier waarop een woord ergens staat bijzonder bepalend voor de appreciatie van wat geschreven wordt. Zoals een keramist zich tegenwoordig dient te onderscheiden van de doorsnee pottendraaier, zo wordt het kundige vak van letters zetten vaak ondergesneeuwd door decoratief schrijfwerk. Een schilder verweert zich tegen de overvloed aan gratuïte beelden. Een kalligraaf houdt zich staande in de vluchtigheid waarmee woorden ons passeren in onderschriften, pancartes, ‘tickers’ en ‘tweets’. De pen van Frank Missant is gedoopt in een uitgebreide kennis van de geschiedenis van schrift en letter, zijn beitel geslepen aan een diep respect voor de historie van het teken en de gebrachte tekst. Vooral de traagheid en de motorische component van schrijven fascineert in een digitaal tijdperk. Een set van principes ook, die blijvend geheiligd worden, of respectvol omgebogen tot een eigenheid. Een romeinse kapitaal of een gotische majuskel bezitten een set vormkenmerken die door eeuwenlang gebruik zijn ingedikt tot een bijna genetische harmonie. Voeg daarbij de banale vaststelling dat ons alfabet slechts zesentwintig tekens heeft en besef hoe bepaald het speelveld van een kalligraaf is. Verbaas u net als ons over de opties die niettemin open liggen en het verschil dat je hier kan maken. Bovendien is de kalligraaf, in tegenstelling tot zijn artistieke collega’s, zelden de bedenker van de betekenis die hij overbrengt. Het woord ontsproot meestal elders. En toch, ook hier, in die versmalde marge, is ruimte zat voor authenticiteit. Frank Missant is bijzonder waakzaam over de hoeveelheid van die overgebleven ruimte die hij voor zichzelf als vertolker opeist. Zoals een goed acteur doseert hij de tics. Die bescheidenheid leverde hem legendarisch mooie opdrachten op, zoals de belettering van vijf koningsgraven in de Parijse Cathédrale St.-Denis.

    Van de zes ontwikkelde Rik Vermeersch misschien de meest analytische, objectiverende blik op de werkelijkheid. Om bij Cézannes fraaie beeldspraak te blijven: Rik Vermeersch kijkt vanop de tweede, artistieke parallel naar de eerste, wereldse lijn door een soort diafragma. Schilderen doet hij in beraad, meticuleus, minder lyrisch of organisch. Tussen het afgebeelde en de kijker strooit hij bewust, maar met extreme vaardigheid, beeldruis. Het kon zomaar de ruis van de pixel zijn, ofschoon zijn aanpak al langer meegaat dan digitale beelden zijn ingeburgerd. Of de ruis van een offset-print, compleet met het vreemde patroonachtige moiré dat daarbij dikwijls optreedt. De schilderijen van Rik Vermeersch houden een interessante tweespalt in. In hun bijna objectieve, tot systematische kleurtoetsen herleide weergave worden ze abstract, terwijl ze ook heel uitdrukkelijk een motief tonen. Daardoor verschuift de concentratie naar de daad van het schilderen zelf en heb je als kijker het raden naar het werkelijke engagement van de kunstenaar met het getoonde. Door zo’n conceptuele twist zijn deze doeken een hedendaags commentaar op het medium, soms met een verrassend klassiek motief. Hij knipoogt naar de impressionistische idylle van het landschap met een snapshot uit de tuin vandaag of naar verschillende canons waarin de vrouw passeerde. Het ‘Pelsken’ van Rubens blendt feilloos met de girl van de magazinecover. Vertelt Rik Vermeersch over een verschuivende beeldcultuur, schuilt er platonisch voyeurisme in het afbeelden van een vrouw of is de keuze van een bestaand beeld slechts de aanleiding voor een avontuur dat louter picturaal razend interessant is ?

    Cézannes parallelle harmonie werd hier de strik voor zes verschillende artistieke ‘temperamenten’. Van oorsprong betekent temperament de juiste maat, evenwicht bij het mengen van verschillende eigenschappen. Dat gaat goed op voor de bedachtzame schilderkunst van Rik Vermeersch. Pas later kreeg woord het zijn huidige connotatie van een volbloed vurigheid of het brandend karakter dat iemand drijft. Die tweede component is bij Philippe Bouttens frappant. Schilders zijn vandaag bevrijd van de dwang om hun medium te verantwoorden. Dat is ooit anders geweest. Enige decennia terug overheerste de magerheid van het concept. Pas begin de jaren ’80 knoopte schilderkunst ook bij ons, geruggesteund door een buitenlandse revival, weer aan bij de traditie van het sensuele en het tomeloze. Die periode ligt inmiddels een eind achter ons. Philippe Bouttens is één van de weinigen die dat esprit in de tussentijd volhield. In al zijn authenticiteit heeft hij het etiket ‘nieuwe wilde’ van zich afgeschilderd en bleef zijn werk verbazend overeind in een kunstlandschap dat opnieuw toleranter werd. De talrijke katten die hij op dat pad schilderde, blijken dus meer dan negen levens te hebben. ‘Eeuwige wilde’ dachten we met een glimlach, toen ons bij het betreden van deze galerie de intense geur van een vers geschilderd doek opviel. In een feest van ongeremd aangebrachte verzadigde kleuren, nu eens volplastisch geschilderd, dan weer met een welgemikte gooi of gekrast, ontwaren we de mens, half-of tweeslachtig, soms vol wellust, elders getormenteerd, tussen andere wezens. Niemand, ook Cézanne niet, heeft ooit beweerd dat harmonie braaf moest blijven.

    — Frederik Van Laere, september 2020

  9. XX, ABATS DES JOURS

    Joost Gevaert

    26.12.2020 -
    22.01.2021





    Watch
    sold
    Regular Content
    Regular 2 Content
    Header 9
    Regular 3 Content




    De tentoonstelling XX, ABATS DES JOURS rond Belgisch kunstenaar Joost Gevaert presenteert werk ontstaan vanuit het dagelijks leven in een steeds veranderende wereld. Hiermee poogt hij een plaats te vinden in, en zin te geven aan een meer verstilde, standvastige wereld, veelal met een blik op het verleden.

    2020 was een bijzonder jaar waarin het verloop van tijd enigszins verwrongen was en de chronologie van de dingen herleid werd tot het komen en gaan van de dagen. De titel van de tentoonstelling verwijst naar een lampenkap of ‘abat-jour’ en tegelijkertijd naar ‘abats’ of orgaanvlees. Abat-jour als schemerlicht aan het einde van de dag, of abats die, mits goed bereid, een waardevolle en smakelijke maaltijd kunnen vormen. Beeldend werk als restant van de dagen.

    Het werk van Joost Gevaert ontstaat intuïtief, vanuit een onrustige aard, een interesse voor materialen en de aanhoudende zoektocht naar een geschikte beeldtaal.

    Niet zozeer het motief en het onderwerp zijn van belang, al vormen zij de aanzet en de reden tot het creëren van een beeld. Het proces van het tekenen, boetseren of schilderen zelf dicteert vooral het uiteindelijke resultaat, waarbij het experimenteren met verschillende materialen van primordiaal belang is. Traditionele schilderijen, 3D-schilderijen, kijkkastjes − al dan niet gevuld met taferelen − tekeningen en sculpturen vormen uiteindelijk de artistieke uitkomst.

    Parallel met het proces en de materiaalkeuze is de esthetiek van groot belang. Geografisch ontstaan de werken niet meteen in het mooiste stukje wereld. Het maken van “mooie plaatjes” zou al snel een leugen kunnen lijken in een wereld die visueel minder aantrekkelijk is geworden. Misschien speelt het werk van Joost Gevaert zich net daarom vaak af in een begrensde ruimte waarbinnen elementen zoals verstilde figuren, een ladder, een wolk, of een huis met rokende schoorsteen een legitieme plaats en bestaansreden vinden. Die begrensde ruimte laat zich naar believen inrichten, of net helemaal niet, waardoor enkel de ruimte zelf haar reden van bestaan vindt. Uiteindelijk dient zij geen verantwoording af te leggen. Hierdoor is er ook plaats voor een zekere graad van humor.

    Naast traditionele tekeningen en schilderijen gaat de kunstenaar nog een stap verder met zijn 3D-schilderijen. Deze zijn zodanig opgebouwd dat ze een trompe l’oeil effect creëren. De schilderijen hebben een opvallende diepte en het beeld loopt door over de randen, waardoor ze eerder object worden dan drager van het afgebeelde.

    Een heel apart onderdeel uit het oeuvre van Joost Gevaert zijn kijkkastjes waarin verschillende taferelen worden afgebeeld. Het lijken decors van een theaterstuk die – zoals bij zijn schilderijen – begrensde ruimtes zijn die in bepaalde variaties het bezoek krijgen van figuren of objecten. Het is interessant om te zien hoe deze kijkkastjes op zichzelf staande werelden vormen.

    De begrensde ruimte speelt geen rol in het sculpturale werk dat Joost Gevaert in deze tentoonstelling laat zien. Dat bestaat voornamelijk uit koppen, gepresenteerd op een sokkel, of hangend aan de wand. De koppen hebben een natuurlijke kleurschakering, ontstaan door de vlammen van de veldoven waarin ze oorspronkelijk werden gebakken. Af en toe worden deze behandeld met verf, wat ze soms een etnische uitstraling geeft. De laatste jaren vormen ze meer en meer een prominent onderdeel van zijn werk.

    De veelheid aan gebruikte materialen, stijlen en onderwerpen getuigen van een boeiende veelzijdigheid. De kunstenaar zet impliciet vraagtekens bij elk beeld dat hij creëert en geeft het tegelijkertijd de nodige autonomie. De werken roepen filosofische reflectie op en hebben een poëtische uitstraling. Hierdoor biedt de kunstenaar ons gelegenheid om achterom te kijken, stil te staan en te koesteren wat waardevol is.

    — Lien Lannoo, 2020

  10. The Gods Must Be Crazy

    Guy Du Cheyne

    19.06 -
    18.07.2021


    Op een mooie lentedag van 2021 kreeg ik al wandelend een telefoontje van Guy Du Cheyne. Midden in een Brabants natuurgebiedje vroeg een verontschuldigende, aarzelende Guy mij of ik een inleiding voor een tentoonstelling van zijn werk kon schrijven. De titel van de tentoonstelling nog gekker dan het moment van het telefoontje. Hij wilde graag even wandelen met mij, zodat we konden praten. Ik weet reeds lang dat al wandelend en al kijkend Guy zijn manier is om te praten. Verwonderd worden is Guy zijn levensmotto: een dag zonder verwondering is als een niet geleefde dag.

    Het tijdstip en de locatie van de wandeling waren precies uitgekozen. Een natuurgebiedje in West-Vlaanderen op een niet te mooie en koele lenteavond. Het tijdstip dat de mensen hun dag binnenskamers afhandelen, het tijdstip dat de natuur tot volle leven komt: de overgang tussen dag en nacht. Ik kreeg een knoert van een verrekijker mee. De verwondering moet maximaal zijn! Toeval of niet, maar het was de dag van 2021 met een volle supermaan, met een open lucht en met een waas van pril ontluikend lentegroen: alsof we in een schilderij wandelden van Caspar David Friedrich. In die melancholische schilderkunst van Friedrich met de al dan niet aanwezige God zijn de meeste mensen met hun rug naar ons toegekeerd, zich niet of nauwelijks bewust van onze kosmos en er zich zeker niet om bekommerend. Het respect voor en het grote beheersen van het ambacht heeft het werk van Guy met het werk van Friedrich gemeen. Het spanningsveld met de kosmos eveneens: Guy zijn werk is altijd bekommerd om de kosmos.

    ‘The Gods Must Be Crazy’ is een film uit1981 waariner op een satirische wijze een beeld geschetst wordt van het jachtige, Westerse leven. Een piloot gooit een leeggedronken glazen colaflesje uit het raam. Het komt terecht bij een natuurvolk dat op die manier voor het eerst met de geïndustrialiseerde buitenwereld in contact komt. Men zoekt naar allerlei nuttige toepassingen voor het flesje, maar na een tijdje ontstaat er ruzie. De mensen besluiten het weg te gooien aan het einde van de hun gekende wereld.

    Guy zijn beeldend werk bevindt zich op het snijvlak van die twee werelden. In zijn rationele zoektocht naar het vernieuwen van zijn expressiemiddelen, het verfijnen van zijn technieken, het ontdekken van nieuwe materialen schuwt hij geen enkele technologische vooruitgang. Hij toont ons zijn fascinatie voor die vernieuwingen. Technologie als poëtisch hulpmiddel om in contact te blijven met de natuur. Hij wil ons helpen de natuur, het mysterie van het leven, opnieuw te zien. Het nestkastje als paardenbril om leven te zien. Of een hengelaar met zonne-energie om nachtvlinders te zien. Guy zijn nieuwsgierige, intuïtieve blik leidt ons naar een wereld die voor ons steeds onbekender wordt, de wereld waarvan we dreigen te vervreemden omdat we er niet meer mee samen leven of omdat we blind geworden zijn door het toevallige machtssysteem waarvan we elementaire deeltjes zijn.

    Guy zijn werk herinnert ons vaak aan ongemakkelijke waarheden, aan een falend of absurd machtssysteem. Maar bovenal wil zijn werk ons helpen. Het wil ons helpen kijken, onze nieuwsgierigheid aanscherpen. Hij wil onze blik focussen op het mysterie en de broosheid van het leven. We kunnen de natuur niet als een colaflesje aan het einde van onze wereld weggooien. Wij zijn natuur! Guy helpt ons hieraan te herinneren. Na de ontdekking met Guy zijn werk zal jouw wereld niet meer dezelfde zijn. Je zal hem op een andere, verwonderde manier herbekijken. Je zal de diversiteit, de logica en de schoonheid van onze wereld meer waarderen.

    — Bart Van Durme, mei 2021

  11. Blue Veil

    Nicolas Van Parys

    30.10 -
    28.11.2021





  12. Promenade Z

    juni 2022

    binnenkort meer info

Adriano Piu / Alice Vanderschoot / An Mommaerts / Ann-Sophie Deproost / Atelier Haute Cuisine / Bertrand Vanden Elsacker / Edith Ronse / Elise Vandeplancke / Eva De Smet / Francine Van Mieghem / Fred Bervoets / Greet Desal / Hasan Saygin / Hendrik Van Walleghem / Henk Visch / Hubert Sierens / Isidoor Goddeeris / Jean Bilquin / Jean Claeys / Joelle Dubois / Joke Derycke / Joost Gevaert / Julie Lesenne / Kris Vercruysse / Lieven D'Haese / Luca Beel / Lukas Verstraete / Matthias Nuytten / Max Dreezen / Marc De Brée / Merel Cremers / Merel Vande Casteele / Myriam Eykens / Rik Slabbinck / Robin Vermeersch / Roland Rens / Sam Dendooven / Stijn Bastianen / Thomas Ackermann / Tinus Vermeersch / Veerle Beckers / Wivina Ockier / Yaacov Agam / Yves Obyn